Een werknemer valt uit. En nu?
Soms is duidelijk wat er aan de hand is. Soms helemaal niet.
Een werknemer die altijd doorging, zit thuis. Terugkeren lukt nog niet, of een eerste stap richting werk blijkt veel moeilijker dan verwacht.
Als werkgever, HR-professional, verwijzer of begeleider zoek je dan niet zomaar iets. Je wilt weten welke zorg, therapie, coaching of begeleiding bij deze persoon en deze situatie kan passen — en wat er nodig is om weer beweging mogelijk te maken.

Als ‘weer aan het werk’ niet zo eenvoudig blijkt
Soms lijkt de route op papier heel overzichtelijk.
Iemand is uitgevallen. Er is rust geweest, misschien behandeling of begeleiding. Daarna wordt voorzichtig gekeken naar terugkeer. Eerst eens een kop koffie drinken op het werk. Een paar uurtjes proberen. Langzaam opbouwen.
Maar de werkelijkheid kan anders lopen.
Die werknemer die jarenlang zonder morren een extra dienst draaide, raakt al gespannen bij het idee om even binnen te lopen. Iemand die gewend was tientallen beslissingen op een dag te nemen, kan ineens vastlopen op iets kleins. Een afspraak wordt op het laatste moment afgezegd. Slapen lukt slecht. Dingen worden vergeten. Thuis is het lontje korter geworden.
En ondertussen kan diezelfde werknemer blijven zeggen:
‘Het gaat wel. Ik moet gewoon weer even op gang komen.’
Misschien is dat zo.
Misschien ook niet.
De vraag is dan niet alleen wanneer iemand weer kan werken, maar eerst:
Wat maakt dat het op dit moment niet lukt?
En vervolgens:
Wat kan deze persoon doen om weer verder te komen?
Niet iedereen die uitvalt, heeft hetzelfde nodig
Daarom begin ik niet met een vooraf gekozen traject.
Ik begin met de persoon die tegenover me zit.
Wat houdt je bezig?
Waar wil je naar kijken?
Dat zijn meestal mijn eerste twee vragen.
Het antwoord kan kort zijn: ‘Ik slaap niet.’
Of: ‘Ik krijg mezelf niet meer naar mijn werk.’
Of: ‘Ik weet eigenlijk niet wat er met me aan de hand is.’
Er kan ook een levensverhaal volgen.
Samen zoeken we daarin naar de werkvraag. Niet: wat moeten andere mensen anders gaan doen? Maar:
Wat kan ík doen om…?
Wat kan ik doen om te begrijpen waar mijn klachten vandaan komen?
Wat kan ik doen om beter om te gaan met wat er veranderd is?
Wat kan ik doen om weer te kunnen slapen, kiezen, werken of functioneren?
Wat kan ik doen als ik weet wat er aan de hand is, maar het me alleen niet lukt?
Dat verschil is belangrijk.
Want pas als duidelijker wordt waar iemand mee zit en wat er nodig is, kun je zinvol bepalen welke hulp daarbij past.
Soms is één gesprek genoeg
Niet iedere werknemer die wordt verwezen, heeft een behandeltraject nodig.
Soms is een oriënterend gesprek voldoende om te bepalen waar iemand het beste verder kan zoeken.
Soms geeft een inzichtconsult precies het ontbrekende stukje: iemand begrijpt ineens wat er speelt, ziet welke invloed hij of zij zelf heeft en weet wat de volgende stap moet zijn.
Die stap kan ook buiten mijn praktijk liggen.
Bijvoorbeeld naar de huisarts, wanneer klachten medisch onderzocht moeten worden.
Of terug naar de bedrijfsarts.
Of naar een andere behandelaar of deskundige wanneer die beter past bij de vraag.
Passende zorg betekent voor mij niet automatisch: zorg bij mij.
Het betekent eerst uitzoeken wat er nodig is.
Therapie, coaching of begeleiding zijn niet hetzelfde
Die woorden worden nogal eens door elkaar gebruikt. In de praktijk kunnen ze iets wezenlijk anders betekenen.
Therapie is aan de orde wanneer klachten behandeling vragen.
Coaching kan passen wanneer iemand in principe zelf verder kan, maar vastloopt in denken, handelen, keuzes maken of veranderen.
Begeleiding is iets anders. Dan kan iemand weten wat er speelt en zelfs weten wat er zou moeten gebeuren, terwijl het zelfstandig uitvoeren niet of onvoldoende lukt. Er kan ondersteuning nodig zijn bij structureren, oefenen, uitvoeren en volhouden; soms door samen te doen, aan te sturen of waar nodig iets over te nemen.
En soms is een combinatie passend.
Daarom wordt niet geprobeerd een mens in de beschikbare hulpvorm te laten passen.
We kijken welke vorm van hulp bij deze mens, deze vraag en deze situatie past.
En soms zit het probleem ergens anders dan eerst werd gedacht
Iemand kan binnenkomen met slaapproblemen.
Met hoofdpijn.
Met steeds terugkerende conflicten.
Met vergeetachtigheid.
Met angst of paniek.
Met het gevoel totaal opgebrand te zijn.
Of simpelweg met de mededeling:
‘Ik wil wel, maar het lukt gewoon niet.’
De klacht waarmee iemand binnenkomt is niet noodzakelijk hetzelfde als het probleem waaraan gewerkt moet worden.
Daarom kijk ik breder dan alleen naar het symptoom of naar werkhervatting.
Hoe gaat het lichamelijk? Hoe wordt er geslapen en gegeten? Wat gebeurt er thuis? Hoe zijn de relaties met anderen? Wat vraagt het werk? Waar zitten verantwoordelijkheden, overtuigingen of gewoontes in de weg? Wat geeft nog plezier of betekenis? Wat lukt nog wél?
Binnen mijn complementaire manier van werken kijk ik naar de verschillende gebieden van het leven in samenhang.
Niet om van alles een probleem te maken.
Juist om te ontdekken waar een bruikbare ingang zit om iets in beweging te krijgen.
Als iemand al van alles geprobeerd heeft
Sommige mensen die hier terechtkomen, hebben al hulp gehad.
Soms heeft die hulp veel gebracht, maar blijft er iets vastzitten.
Soms begrijpt iemand inmiddels uitstekend wat er aan de hand is, maar verandert dat inzicht alleen nog niet voldoende in het dagelijks leven.
En soms past de manier waarop eerder gewerkt werd eenvoudig niet bij deze persoon.
Dan kan complementaire therapie, coaching of begeleiding een aanvulling zijn.
Niet als vervanging van noodzakelijke medische zorg, de huisarts, bedrijfsarts of andere betrokken behandelaars.
Wel als een andere ingang wanneer dat zinvol is.
Voor zorgprofessionals die na corona niet meer de oude werden
Er is één groep waarvoor ik binnen mijn praktijk een specifieke werkwijze gebruik: zorgprofessionals die tijdens de coronaperiode langdurig over hun grenzen zijn gegaan en daarna klachten hebben gehouden of ontwikkeld die passen bij traumatische overbelasting of PTSS.
Mensen die gewend waren voor anderen te zorgen.
Die doorgingen als het eigenlijk niet meer ging.
Die niet graag hulp vragen en al helemaal niet graag degene zijn om wie anderen zich zorgen moeten maken.
Aan de buitenkant kan zo iemand nog steeds heel behoorlijk functioneren. Thuis kan het een ander verhaal zijn.
Niet slapen of nachtmerries hebben. Schrikachtig zijn. Dingen vergeten. Een kort lontje hebben. Niet tegen drukte kunnen. Vastlopen op eenvoudige keuzes. Schuld of schaamte voelen. Zich afvragen waarom iets wat vroeger vanzelf ging nu zoveel moeite kost.
En juist die combinatie kwam mij niet helemaal onbekend voor.
Schaduwspiegel® is niet begonnen bij corona
Lang voordat corona bestond, werkte ik al met mensen die na ingrijpende ervaringen hun leven weer moesten zien op te pakken.
Daarbij heb ik ook van dichtbij leren kennen hoe mensen soms jarenlang kunnen blijven functioneren door vooral door te gaan, niet te zeuren en anderen niet met hun eigen last te belasten.
Dat thema loopt bovendien door mijn eigen familiegeschiedenis. Aan mijn vaderskant liggen ervaringen uit de Japanse kampen in Nederlands-Indië; aan mijn moederskant verhalen van mensen die tijdens de oorlog in Den Haag anderen hielpen. Ook daar zag ik wat overleven, verantwoordelijkheid dragen en vooral níét tot last willen zijn nog lang daarna kunnen betekenen.
Toen ik na de coronaperiode zorgprofessionals ontmoette die waren vastgelopen, herkende ik daarom iets.
Niet dezelfde geschiedenis.
Niet hetzelfde trauma.
Wel iets in de manier waarop mensen zichzelf op de been hadden gehouden.
Doorgaan. Zorgen. Dragen. Niet lastig zijn. Zelf oplossen.
Ik ben daarom niet vanaf nul een ‘nieuwe behandeling’ gaan bedenken. Ik heb kennis en werkwijzen uit mijn bestaande complementaire praktijk aangepast en samengebracht voor deze groep en voor de problemen die ik bij hen tegenkwam.
Daaruit is Complementaire Totaaltherapie Schaduwspiegel® ontstaan.
Werken aan wat nú vastloopt, zonder terug te hoeven naar toen
Bij Schaduwspiegel® hoeft iemand helemaal niet terug naar traumatische herinneringen om eraan te kunnen werken.
Er hoeft geen volledig verhaal op tafel. Er hoeft niet gegraven te worden naar wat iemand niet wil of kan vertellen.
Wanneer ervaringen indirect aan de orde komen, kan dat bijvoorbeeld via spiegelverhalen, beeld, creatief werk, muziek of beweging. Concreet over een traumatische gebeurtenis praten gebeurt alleen wanneer iemand daar zelf voor kiest.
De aandacht ligt vooral op wat er nu gebeurt. Wat lukt niet meer? Wat lukt nog wel? Waar zit ruimte om iets te veranderen? En wat is er op verschillende gebieden van het dagelijks leven nodig om weer steviger te kunnen functioneren?
Werkhervatting is niet altijd hetzelfde als herstel
Natuurlijk is terugkeer naar werk belangrijk wanneer iemand is uitgevallen.
Maar alleen weer uren kunnen maken vertelt niet het hele verhaal.
Iemand kan op wilskracht behoorlijk veel voor elkaar krijgen en ondertussen thuis volledig instorten.
Andersom kan iemand nog niet klaar zijn voor de oude functie of het oude aantal uren, terwijl er wél duidelijke vooruitgang is: beter slapen, meer overzicht hebben, afspraken weer aankunnen, minder snel overspoeld raken, thuis weer deelnemen aan het gewone leven of voorzichtig iets nieuws durven proberen.
Daarom kijk ik bij voortgang niet alleen naar:
‘Werkt iemand alweer?’
maar ook naar:
‘Wat kan iemand inmiddels weer wat eerder niet lukte?’
Dat levert ook voor werkgever, HR, verwijzer of financier bruikbare informatie op.
Geen black box voor degene die de zorg mogelijk maakt
Wanneer een werkgever, organisatie, UWV of andere partij een traject financiert, is het begrijpelijk dat die wil weten waarvoor wordt betaald en hoe wordt vastgesteld of de inzet zinvol is.
Daar kunnen vooraf concrete afspraken over worden gemaakt.
Bijvoorbeeld over het doel van het traject, evaluatiemomenten en de manier waarop voortgang wordt bekeken.
Daarbij blijft de inhoud van persoonlijke gesprekken van de cliënt.
Er hoeft geen therapeutisch dossier bij de werkgever op tafel te komen om zakelijk te kunnen beoordelen of een traject iets oplevert.
We kunnen kijken naar concrete veranderingen die relevant zijn voor functioneren en participatie, binnen wat met de cliënt is afgesproken en wat gedeeld mag worden.
Zo kunnen zorgvuldigheid voor de cliënt en zakelijke duidelijkheid voor de opdrachtgever naast elkaar bestaan.
Meer weten over kwaliteit, beroepskader en BATC?
Eerst overleggen mag ook
Misschien weet u nog helemaal niet welke vorm van hulp passend is.
Misschien bent u werkgever of HR-professional en vraagt u zich af of mijn manier van werken iets kan betekenen voor een werknemer.
Misschien bent u huisarts, bedrijfsarts, casemanager, arbeidsdeskundige, UWV-professional of een andere verwijzer en wilt u eerst weten wat ik wel — en juist niet — doe.
Of misschien wilt u alleen even toetsen:
‘Is dit iemand voor jou, of moeten we ergens anders zoeken?’
Dat gesprek kan gewoon gevoerd worden.
Zonder dat daarmee meteen een traject is afgesproken.
Voor een werknemer verwijzen of zorg mogelijk maken?
Een werknemer of cliënt kan zelf contact opnemen.
Een werkgever, HR-professional of verwijzer kan iemand op deze praktijk wijzen.
Wanneer een organisatie de zorg wil financieren, kunnen we eerst bespreken wat de vraag is, welke vorm van zorg mogelijk passend is, wat daarvan verwacht mag worden en hoe eventuele evaluatie wordt ingericht.
De persoon om wie het gaat blijft daarbij geen ‘casus’.
Die zit uiteindelijk bij mij aan tafel.
En dan beginnen we nog steeds op dezelfde plek:
Wat houdt je bezig?
Waar wil je naar kijken?
Van daaruit zoeken we naar de vraag die er werkelijk toe doet:
Wat kan ík doen om verder te komen?
Sanne Steers de Troubadour
Kunstenaar, verhalenverteller en complementair therapeut
Bereikbaar
Kantoor- & postadres:
Postelstraat 14, 5503 BE Veldhoven, Nederland
Bezoekadressen:
Praktijk & workshopruimte:
Burgemeester van Hoofflaan 128, 5503 BR Veldhoven, Nederland
Studio & Atelier:
Burgemeester van Hoofflaan 177, 5503 BL Veldhoven, Nederland
Emailadres: contact@sannesteersdetroubadour.net
Telefoon: +31 (0) 40 - 303 0010 of +31 (0) 6 135 58 617
WhatsApp: +31(0) 6 135 58 617
Praktisch
KvK-nummer: 17167060
BTW-nummer: NL001184317B65
Bankrekening: NL65 KNAB 0256 3994 17
AGB-zorgverlenercode: 90101782
AGB-praktijkcode: 90061292
AGB pgb-zorgaanbieder: 41528945
SHO-registratie: 120375-119308
Website
Aangesloten
Beroepsvereninging voor Beeldend Kunstenaars BBK lidnummer 103875
Beroepsorganisatie voor complementair therapeuten registratie BR-02335
Koepel NAP licentie nr 240363
International Positive Psychology Association IPPA ID-nr 32308
